ECLI:NL:CRVB:2017:2245
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet gemelde op geld waardeerbare massages
Appellant ontvangt sinds 2011 bijstand en heeft in de periode 2008-2011 een bedrijf geprobeerd op te richten gericht op massages en wandelcoaching. Na melding van enkele opdrachten zonder inkomstenopgave startte het college een onderzoek. Appellant overhandigde een overzicht van massages in 2013-2014 aan vrienden, familie en een bedrijf.
Het college herzag de bijstand over 1 januari 2013 tot 1 juli 2014 en vorderde €903,49 terug wegens niet gemelde inkomsten uit massages. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de massages geen op geld waardeerbare arbeid waren, geen structureel karakter hadden en in de vriendenkring kosteloos werden uitgewisseld.
De Raad oordeelde dat de massages wel degelijk op geld waardeerbare arbeid zijn gezien de aard, omvang, duur en het terugkerende karakter, mede omdat appellant eerder massages tegen betaling gaf en ook facturering bij een bedrijf plaatsvond. Appellant schond de inlichtingenplicht door niet tijdig melding te maken. Het college mocht het tarief van €1 per minuut hanteren bij de schatting van de inkomsten.
Het hoger beroep werd afgewezen en de terugvordering bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van bijstand wegens niet gemelde massages bevestigd.