ECLI:NL:RBZWB:2022:5084
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-woonachtig op opgegeven adres
Eiseres ontving vanaf 24 januari 2020 een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg trok deze uitkering in per dezelfde datum en vorderde de betaalde bijstand terug over de periode tot en met 30 september 2020, omdat eiseres niet woonde op het opgegeven adres en niet al haar inkomsten had doorgegeven.
De rechtbank beoordeelde het beroep van eiseres tegen dit besluit. Uit het onderzoek van het college bleek dat het elektriciteits- en gasverbruik op het opgegeven adres zeer laag tot nihil was, hetgeen niet strookt met de verklaring van eiseres dat zij daar woonde, sliep en doucht. Ook de waarneming van de woning toonde een onbewoond beeld, met lege kamers en een volle brievenbus.
Eiseres stelde dat het college vooringenomen had gehandeld en misbruik van recht maakte, maar de rechtbank vond geen bewijs voor onzorgvuldig of onbevoegd handelen. Het college had de bevoegdheid tot onderzoek en handelde proportioneel en subsidiariteit.
De rechtbank concludeerde dat eiseres haar inlichtingenplicht had geschonden en dat het college terecht de bijstand had ingetrokken en teruggevorderd. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.