ECLI:NL:CRVB:2017:2416
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking persoonsgebonden budgetten 2014 wegens gebrek aan grondslag
Appellanten beschikten over indicaties voor AWBZ-zorg en ontvingen persoonsgebonden budgetten (pgb) voor 2013 en 2014. Het Zorgkantoor stelde het pgb over 2013 op nihil vast en trok de pgb's over 2014 in vanwege niet-naleving van verplichtingen. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat de zorg geleverd door bepaalde zorgverleners niet als AWBZ-zorg kan worden aangemerkt, waardoor appellanten hun pgb's niet correct hebben besteed over 2013. Dit rechtvaardigt het vaststellen van het pgb op nihil en terugvordering.
Echter, de Raad stelt dat de gedragingen van appellanten in 2013 niet kunnen worden toegerekend aan de verplichtingen voor 2014, waardoor de intrekking van de pgb's over 2014 geen deugdelijke grondslag heeft. De Raad vernietigt daarom de besluiten tot intrekking van de pgb's over 2014 en de daarop gebaseerde weigeringen en beveelt het Zorgkantoor nieuwe besluiten op bezwaar te nemen.
De Raad veroordeelt het Zorgkantoor tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellanten. De uitspraak leidt tot herleving van de pgb-verleningen over 2014 en een complex vervolgtraject voor nieuwe besluitvorming.
Uitkomst: De intrekking van de pgb-verleningsbesluiten over 2014 wordt vernietigd en het Zorgkantoor wordt opgedragen nieuwe besluiten op bezwaar te nemen.