Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 980,-;
- bepaalt dat van appellant een griffierecht wordt geheven van € 493,-.
Centrale Raad van Beroep
Appellant verleende betrokkene een persoonsgebonden budget (pgb) voor de periode van 21 februari tot 31 december 2011 en ook voor het jaar 2012. Appellant trok het pgb voor 2012 in op grond van vermeende onjuiste gedragingen van betrokkene, waaronder een vermeend vervalst bankafschrift en onjuiste mededelingen over voorschotten in oktober 2011.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het intrekkingsbesluit, omdat een wettelijke grondslag ontbrak. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat betrokkene haar verplichtingen uit de Regeling subsidies AWBZ niet was nagekomen, waardoor intrekking gerechtvaardigd zou zijn.
De Raad oordeelde dat de gedragingen van betrokkene betrekking hadden op het pgb over 2011 en niet op dat van 2012. Omdat deze gedragingen niet in strijd waren met de verplichtingen die voor 2012 golden, ontbrak een wettelijke grondslag voor intrekking van het pgb 2012. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde appellant in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het pgb voor 2012 ten onrechte is ingetrokken en wijst het hoger beroep van appellant af.