ECLI:NL:CRVB:2017:2493
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking en terugvordering bijstand wegens autohuuractiviteiten
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een onderzoek naar haar autohuuractiviteiten, waarbij zij auto's huurde voor derden zonder borg te betalen, besloot het college haar bijstand op te schorten en later in te trekken en terug te vorderen wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking niet-ontvankelijk en wees het beroep voor het overige af. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bezwaar tegen de intrekking wel ontvankelijk is, omdat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat het besluit correct is verzonden. Tevens stelt de Raad vast dat de autohuuractiviteiten aan te merken zijn als op geld waardeerbare werkzaamheden, waardoor appellante haar inlichtingenplicht heeft geschonden.
Echter, de Raad vindt dat het college het recht op bijstand schattenderwijs had moeten vaststellen door het huurbedrag per maand in mindering te brengen op de bijstand, in plaats van volledige intrekking en terugvordering. De Raad vernietigt daarom het besluit voor zover het de intrekking en terugvordering betreft en draagt het college op een nieuwe beslissing te nemen. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd en het college krijgt opdracht een nieuwe beslissing te nemen.