ECLI:NL:CRVB:2017:2551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over mate van arbeidsongeschiktheid en loongerelateerde WGA-uitkering
Appellante, voormalig manager, meldde zich ziek met cognitieve en lichamelijke klachten na een verkeersongeval. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat zij 43,86% arbeidsongeschikt is en toekende een loongerelateerde WGA-uitkering.
Appellante betwistte deze beoordeling en bracht neuropsychologisch en psychiatrisch bewijs in dat cognitieve beperkingen en een depressieve stoornis zou aantonen. De rechtbank onderschreef echter het UWV-besluit. In hoger beroep werd een onafhankelijke neuroloog als deskundige benoemd, die concludeerde dat er geen cognitieve stoornis was en de beperkingen overeenkomen met de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De Raad volgde het deskundigenrapport en vond geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de CBBS-gegevens of de vastgestelde belastbaarheid. Ook de bezwaren tegen de functie van magazijnmedewerker werden verworpen, omdat de functiebelasting verkeerd werd ingeschat. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit bevestigd.