Werkneemster was werkzaam als schoonmaakster en meldde zich ziek met klachten veroorzaakt door een diffuse cutane systemische sclerose (sclerodermie). Zij vroeg een IVA-uitkering aan wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid na een verkorte wachttijd. Het UWV wees de aanvraag af omdat herstel niet volledig was uitgesloten, ondanks de progressieve aard van de aandoening en de intensieve behandeling met chemokuren.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, maar appellante ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep beoordeelde of werkneemster aan het einde van de verkorte wachttijd volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was. Uit een brief van de revalidatiearts bleek dat herstel van arbeidsmogelijkheden kon worden uitgesloten omdat de behandeling slechts de progressie remt en eventuele subjectieve verbeteringen niet leiden tot vermindering van beperkingen.
De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep ongegrond had verklaard en vernietigde het bestreden besluit. Het besluit van het UWV werd herroepen en vastgesteld dat werkneemster met ingang van 1 oktober 2014 recht heeft op een IVA-uitkering. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.