ECLI:NL:CRVB:2024:1638
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering IVA-uitkering met verkorte wachttijd wegens niet-duurzame arbeidsongeschiktheid
Betrokkene, werkzaam als leerkracht basisonderwijs, heeft een aanvraag ingediend voor een IVA-uitkering met verkorte wachttijd per 29 september 2021. Het UWV wees deze aanvraag af omdat betrokkene niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was. Appellante voerde aan dat herstel van belastbaarheid was uitgesloten, mede op basis van een multidisciplinair belastbaarheidsonderzoek van Van Eijnsbergen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat verbetering van belastbaarheid niet was uitgesloten. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde dat diverse behandelingen nog niet waren afgerond en dat verbetering mogelijk bleef. De Raad onderschreef dit oordeel en benadrukte dat bij een verkorte wachttijd een strenger criterium geldt, namelijk dat sprake moet zijn van een medisch stabiele of verslechterende situatie.
De Raad verwierp het standpunt van Van Eijnsbergen dat behandeling geen verbetering zou brengen, omdat dit niet met medische verklaringen was onderbouwd. Ook de lichamelijke klachten werden niet als reden voor volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid gezien. De procedure betrof de situatie per 29 september 2021; de latere toekenning van een IVA-uitkering per einde wachttijd was niet relevant.
Het hoger beroep werd afgewezen, het verzoek om een deskundige werd niet toegewezen en de proceskosten werden niet vergoed. De aangevallen uitspraak bleef in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van het UWV om per 29 september 2021 een IVA-uitkering met verkorte wachttijd toe te kennen blijft in stand.