ECLI:NL:CRVB:2017:2734
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
De zaak betreft hoger beroep tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Berg en Dal over de intrekking en terugvordering van bijstand aan appellant vanwege vermeende gezamenlijke huishouding met appellante. De sociale recherche voerde een onderzoek uit naar de rechtmatigheid van de bijstand, waarbij verklaringen van getuigen, waaronder een minderjarige zoon, werden betrokken.
De Raad oordeelt dat voor de periode van 22 september 2011 tot 1 mei 2012 onvoldoende feitelijke grondslag bestaat om te concluderen dat sprake was van gezamenlijke huishouding. Voor de periodes van 1 mei 2012 tot 13 september 2012 en van 8 oktober 2013 tot 3 november 2014 is wel voldaan aan de criteria van hoofdverblijf en wederzijdse zorg. Tevens is vastgesteld dat appellant in de periode van 13 september 2012 tot 8 oktober 2013 niet zijn woonplaats in de gemeente Berg en Dal had.
Gelet op deze bevindingen heeft appellant de inlichtingenverplichting geschonden, waardoor het college bevoegd was de bijstand over de genoemde periodes in te trekken en terug te vorderen. De Raad vernietigt de aangevallen uitspraken en de bestreden besluiten voor zover zij zien op de intrekking en terugvordering over de eerste periode en beveelt het college tot hernieuwde besluitvorming. Tevens worden de proceskosten aan het college opgelegd.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten tot intrekking en terugvordering voor de eerste periode en beveelt hernieuwde besluitvorming.