ECLI:NL:CRVB:2017:2776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.H.M. van de Ven
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht en voortgezette zelfstandige activiteiten
Appellant ontving bijstand sinds december 2013 en had een eigen golfschool die hij had moeten uitschrijven bij de Kamer van Koophandel. Een onderzoek in 2014 wees uit dat appellant nog steeds als ondernemer actief was en betalingen van zijn moeder en anderen niet had gemeld, wat een schending van de inlichtingenplicht opleverde.
Het college schortte het recht op bijstand op en trok het later in, met terugvordering van de ontvangen bedragen inclusief loonheffing. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college terecht had gehandeld vanwege de schending van de inlichtingenplicht en het niet kunnen vaststellen van het recht op bijstand.
In hoger beroep beperkte appellant zich tot de periode van 20 december 2013 tot en met 8 september 2014. De Raad oordeelde dat de stortingen en contante bedragen van de moeder als inkomen moesten worden beschouwd en dat appellant had moeten melden dat hij nog ingeschreven stond bij de Kamer van Koophandel en zijn activiteiten voortzette.
Omdat appellant onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn financiële situatie, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De Raad bevestigde daarom de intrekking en terugvordering van de bijstand over deze periode en wees het beroep af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht en voortgezette zelfstandige activiteiten wordt bevestigd.