ECLI:NL:CRVB:2017:2807
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- M. ter Brugge
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Geen voldoende grondslag voor gezamenlijke huishouding bij intensieve observaties
Betrokkene 1 ontving bijstand als alleenstaande ouder. Na een anonieme melding startte het college van burgemeester en wethouders van Delft een onderzoek naar haar woon- en leefsituatie, waarbij sociaal rechercheurs gedurende ruim vijf maanden 97 waarnemingen uitvoerden. Op basis hiervan werd de bijstand ingetrokken, teruggevorderd en een boete opgelegd wegens het niet melden van een gezamenlijke huishouding met betrokkene 2.
De rechtbank vernietigde deze besluiten omdat de verklaringen van betrokkenen onvoldoende feitelijke grondslag boden en de observaties niet werden meegenomen. Het college ging in hoger beroep en stelde dat de waarnemingen samen met de verklaringen wel voldoende waren.
De Raad oordeelde dat de stelselmatige observaties een ernstige inbreuk op het recht op privacy vormden en niet berustten op een voldoende duidelijke en voorzienbare wettelijke grondslag, waardoor deze als onrechtmatig verkregen bewijs moesten worden aangemerkt. Verder was onvoldoende gebleken van wederzijdse zorg, zodat geen sprake was van een gezamenlijke huishouding. De hogere beroepen werden daarom afgewezen en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat onvoldoende bewijs bestaat voor een gezamenlijke huishouding en dat stelselmatige observaties onrechtmatig zijn, waardoor het hoger beroep van het college wordt afgewezen.