ECLI:NL:CRVB:2017:2869
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Y.J. Klik
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen onroerende zaak in Turkije
Appellante ontving bijstand vanaf 7 maart 2008 en werd onderzocht op bezit van onroerende zaken in Turkije. Uit onderzoek bleek dat zij vanaf 25 juli 2011 tot 2 augustus 2013 voor de helft eigenaar was van een woning in Turkije, wat zij niet had gemeld aan het college. Na verkoop op 2 augustus 2013 meldde zij ook deze wijziging niet.
Het college trok de bijstand met ingang van 25 juli 2011 in en vorderde de kosten van bijstand terug over de periode tot 1 januari 2015. Appellante voerde aan dat haar zwager feitelijk eigenaar was en dat zij psychische klachten had, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken. De Raad oordeelde dat het college terecht uitging van het taxatierapport van 52.000 euro en dat het bezit van de woning een bestanddeel van haar vermogen vormde.
Verder kon het college vanwege het ontbreken van verifieerbare verkoopgegevens over de periode na 2 augustus 2013 het recht op bijstand niet vaststellen, waardoor ook de intrekking over die periode gerechtvaardigd was. De terugvordering was een verplichting van het college en niet disproportioneel. Dringende redenen om af te zien van terugvordering werden niet aangetoond.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van bijstand en terugvordering bevestigd.