ECLI:NL:CRVB:2016:2754
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering en terugvordering wegens niet gemelde kasstortingen
Betrokkene ontving bijstand als alleenstaande ouder en werd onderzocht naar aanleiding van een anonieme melding over verkoop aan huis. De Afdeling Bijzondere Onderzoeken stelde vast dat betrokkene kasstortingen op haar en de bankrekening van haar minderjarige dochter niet had gemeld. Het college herzag de bijstand en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank vernietigde het besluit deels en mat de terugvordering en boete naar beneden, onder meer omdat zij een storting van €400,- als niet bewezen beschouwde en de boete berekende volgens een oudere verordening. Zowel het college als betrokkene gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat kasstortingen, ook als geleend geld, als middelen in de zin van de WWB mogen worden meegeteld. De verklaring van betrokkene over de €400,- storting wordt als onvoldoende onderbouwd verworpen, waardoor deze wel als middel moet worden meegeteld. Daarnaast is het onjuist om giften van de vader van de dochter als alimentatie te beschouwen; deze moeten als giften worden aangemerkt en het college moet bepalen of deze giften vrijgelaten moeten worden.
De Raad vernietigt de uitspraak voor genoemde punten en draagt het college op het besluit te herstellen binnen zes weken, met inachtneming van de wettelijke bepalingen en het beleid omtrent de maatregel. De maatregel kan 30% of 100% van de bijstandsnorm bedragen, afhankelijk van het benadelingsbedrag.
Uitkomst: De Raad vernietigt delen van het besluit en draagt het college op het besluit te herstellen met inachtneming van de juiste waardering van kasstortingen en giften.