ECLI:NL:CRVB:2017:3078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid uit dezelfde ziekteoorzaak
Appellante meldde zich in 2007 arbeidsongeschikt voor haar werk als verkoopster, waarna het UWV in 2009 vaststelde dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en dus geen recht had op een WIA-uitkering. In 2014 meldde zij zich opnieuw arbeidsongeschikt vanwege verergering van klachten. Het UWV stelde vast dat deze toegenomen beperkingen niet voortkwamen uit dezelfde ziekteoorzaak als de eerdere beperkingen en wees de uitkering af.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat een nieuwe diagnose van dunnevezelneuropathie (DVN) de eerdere diagnose carpaal tunnel syndroom (CTS) verving en dat de beperkingen voortkwamen uit dezelfde ziekteoorzaak. Het UWV verwees naar een verzekeringsartsrapport dat stelde dat de klachten uit verschillende ziekteoorzaken voortkwamen.
De Raad oordeelde dat het UWV voldoende had onderbouwd dat er geen oorzakelijk verband bestond tussen de eerdere en latere arbeidsongeschiktheid. De medische rapporten toonden aan dat DVN en CTS verschillende pathologieën betreffen en dat de toegenomen beperkingen niet uit dezelfde oorzaak voortkomen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.