ECLI:NL:CRVB:2017:3087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Y.J. Klik
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en onjuiste woonplaats
Appellanten, voormalig gehuwd en gescheiden, ontvingen beiden bijstand van verschillende gemeenten. Na een anonieme melding en uitgebreid onderzoek concludeerden de colleges dat zij een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden, waardoor zij onterecht bijstand ontvingen.
De colleges trokken de bijstand in en vorderden de kosten terug. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de conclusie over de gezamenlijke huishouding terecht was gebaseerd op waarnemingen en getuigenverklaringen. Wel stelde de Raad dat de terugvordering niet volledig mocht zijn zonder rekening te houden met het recht op bijstand voor gehuwden.
De Raad vernietigde daarom het deel van de terugvordering over de periode van 1 juni 2006 tot en met 27 april 2011 en bepaalde dat nieuwe besluiten moeten worden genomen. Voor het overige werd de uitspraak bevestigd. Tevens werd college 1 veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand wordt vernietigd voor de periode 2006-2011 wegens onvoldoende rekening houden met aanvullend recht, met opdracht tot nieuwe besluiten; overige besluiten worden bevestigd.