ECLI:NL:CRVB:2017:3245
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens weigering huisbezoek zonder redelijke grond vernietigd
Appellant diende een aanvraag in voor bijstand als alleenstaande, terwijl zijn ex-partner en kinderen nog tot 1 juni 2016 op het opgegeven adres stonden ingeschreven in de BRP. De gemeente startte een onderzoek en wilde een huisbezoek afleggen, maar appellant weigerde hieraan mee te werken vanwege een afspraak.
De gemeente wees de aanvraag af wegens schending van de medewerkingsplicht door het weigeren van het huisbezoek. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat geen redelijke grond bestond voor het huisbezoek, omdat de gezinsleden al op een ander adres stonden ingeschreven.
De Raad stelde dat het weigeren van een huisbezoek zonder redelijke grond geen gevolgen mag hebben en vernietigde het besluit. Het college moet een nieuwe beslissing nemen, waarbij het recht op bijstand opnieuw wordt onderzocht. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd wegens het ontbreken van een redelijke grond voor het huisbezoek.