ECLI:NL:CRVB:2018:62
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens weigering medewerking huisbezoek
Appellant had bijstand aangevraagd na het beëindigen van zijn zelfstandige werkzaamheden. Het college twijfelde aan de juistheid van zijn opgave na constateringen van waarnemingen nabij zijn opgegeven adres, waaronder het gebruik van voertuigen die hij had verkocht. Het college voerde daarom een onderzoek uit, inclusief een verzoek tot huisbezoek, waaraan appellant niet meewerkte.
De rechtbank wees het beroep van appellant af en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het college op grond van de Participatiewet bevoegd was tot het verrichten van waarnemingen, die een beperkte en proportionele inbreuk op de privacy vormden. Er was geen minder ingrijpend en effectief alternatief onderzoeksmiddel beschikbaar.
Verder stelde de Raad dat er een redelijke grond bestond voor het huisbezoek, gezien de concrete feiten en tegenstrijdige verklaringen van appellant. Door weigering van medewerking aan het huisbezoek schond appellant zijn medewerkingsplicht, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd vanwege weigering medewerking aan huisbezoek.