ECLI:NL:CRVB:2019:1669
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van bijstandsaanvragen wegens ontbreken woonplaats in gemeente Veldhoven
Appellant heeft meerdere keren bijstand aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders van Veldhoven, waarbij hij als verblijfadres een woning in Veldhoven heeft opgegeven. Het college stelde echter vast dat appellant niet op het opgegeven adres verbleef en weigerde medewerking aan een huisbezoek, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Na onderzoek en diverse onaangekondigde huisbezoeken concludeerde het college dat appellant zijn woonplaats niet in Veldhoven had, maar bij zijn ouders in een andere gemeente.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen de afwijzingen ongegrond. In hoger beroep heeft appellant onder meer aangevoerd dat het huisbezoek onterecht was en dat hij wel degelijk woonde in Veldhoven. De Raad overwoog dat er een redelijke grond bestond voor het huisbezoek vanwege twijfel over de woonsituatie en dat appellant niet meewerkte door het toestemmingsformulier niet te ondertekenen.
Verder oordeelde de Raad dat het centrum van het maatschappelijk leven van appellant niet in Veldhoven lag, mede gelet op de waarnemingen en verklaringen dat hij vooral bij zijn ouders verbleef. Ook de door appellant aangevoerde gewijzigde omstandigheden konden niet tot een andere conclusie leiden. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraken en wees de bijstandsaanvragen terecht af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvragen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij woonplaats had in de gemeente Veldhoven.