ECLI:NL:CRVB:2017:3770
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Teveel betaalde AOR-vergoeding huishoudelijke hulp terecht teruggevorderd
Appellant ontving een vergoeding voor huishoudelijke hulp op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Verweerder vorderde een bedrag terug omdat bleek dat de echtgenote van appellant over dezelfde periode een vergoeding voor huishoudelijke hulp ontving krachtens de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo).
De Raad oordeelde dat volgens het geldende beleid een vergoeding krachtens de Wubo of de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) prevaleert boven een vergoeding krachtens de AOR. Hierdoor was er sprake van een dubbele vergoeding voor huishoudelijke hulp, waardoor vier uur per week te veel was uitbetaald.
Appellant had dit, gezien de inhoud van een brief van 14 september 2014, redelijkerwijs kunnen begrijpen. Het beroep van appellant op nieuwe beleidsregels die vanaf 1 juli 2015 gelden, leidde niet tot een ander oordeel omdat deze regels niet terugwerkend worden toegepast.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, waardoor appellant een schadevergoeding van €1500,- werd toegekend, verdeeld tussen verweerder en de Staat. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde verweerder en de Staat tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: De terugvordering van te veel betaalde AOR-vergoeding huishoudelijke hulp is terecht en het beroep wordt ongegrond verklaard.