ECLI:NL:CRVB:2017:3866
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- W.F. Claessens
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid omzettingsbesluit Bbz en afwijzing schadevergoedingsverzoek
Appellanten ontvingen in 2011 leenbijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). In 2012 werd deze leenbijstand omgezet in bijstand om niet door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Door deze omzetting werd het inkomen fiscaal toegerekend aan 2012, waardoor appellanten in dat jaar geen recht hadden op huurtoeslag en minder kindgebonden budget ontvingen.
Appellanten verzochten in 2014 om compensatie van de misgelopen toeslagen, maar het college wees dit verzoek af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het omzettingsbesluit formele rechtskracht heeft en rechtmatig is, omdat appellanten geen klemmende bezwaren hadden aangevoerd.
Verder stelde de Raad dat appellanten zich als startende ondernemers hadden moeten informeren over de fiscale gevolgen van het omzettingsbesluit en dat het aan hen was om tijdig een verzoek te doen om het besluit in het lopende jaar te nemen. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de afwijzing van het schadevergoedingsverzoek gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek tot compensatie van misgelopen toeslagen wordt afgewezen.