ECLI:NL:CRVB:2017:3937
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing dubbele kinderbijslag wegens behoren tot huishouden
Appellante woont met haar partner en drie kinderen, waarbij het oudste kind sinds augustus 2014 vanwege schoolweken deels op een andere locatie verblijft. Appellante en haar partner wisselen elkaar af in de zorg, waarbij zij meerdere nachten per week bij het kind verblijven.
De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft de aanvraag voor dubbele kinderbijslag afgewezen omdat het kind volgens haar ten minste 46 dagen per kwartaal tot het huishouden van appellante behoort. De rechtbank oordeelde dat het kind inderdaad tot het huishouden blijft behoren omdat het gezamenlijk wonen continu is, ondanks de verschillende locaties.
De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het begrip huishouden in de AKW wordt uitgelegd naar algemeen spraakgebruik en feitelijke situatie van gezamenlijk wonen. De beleidsmatige grens van 46 dagen per kwartaal wordt in dit geval niet gevolgd. De recente wetswijziging laat het criterium dat het kind niet tot het huishouden mag behoren expliciet gehandhaafd, waardoor toekenning van dubbele kinderbijslag niet aan de orde is.
De Raad wijst het beroep af en bevestigt het bestreden besluit. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het kind tot het huishouden van appellante behoort, waardoor geen dubbele kinderbijslag wordt toegekend.