ECLI:NL:CRVB:2017:4029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bijstandsintrekking na huwelijk en godsdienstvrijheid
Appellant ontving bijstand als alleenstaande en trouwde op 2 september 2014 zonder dit te melden aan de Dienst Werk en Inkomen (DWI). Na onderzoek trok het college de bijstand per huwelijksdatum in en vorderde terugbetaling van de kosten.
Appellanten voerden aan dat zij feitelijk niet gehuwd waren in de periode tussen het burgerlijk huwelijk en het traditionele huwelijksfeest, en dat de toepassing van artikel 3 PW Pro hun godsdienstvrijheid schond. De Raad oordeelde dat duurzaam gescheiden leven niet van toepassing was omdat zij na het feest wilden samenwonen. De beperking van godsdienstvrijheid werd gerechtvaardigd door het algemeen belang van een evenwichtige besteding van publieke middelen.
Verder oordeelde de Raad dat er geen sprake was van discriminatie en dat de inlichtingenverplichting objectief is, ongeacht verwijtbaarheid. Het hoger beroep en het verzoek tot schadevergoeding werden afgewezen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van bijstand en terugvordering worden bevestigd.