ECLI:NL:CRVB:2017:603
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet gemelde kasstortingen zonder dringende medische redenen
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en had in de periode van 29 augustus 2012 tot en met 2 december 2013 zeventien kasstortingen ontvangen die niet waren gemeld aan het college. Het college herzag de bijstand en vorderde het teveel ontvangen bedrag terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de stortingen geleende bedragen waren en dat zij niet wist dat zij deze moest melden. De Raad oordeelde dat kasstortingen als middelen worden beschouwd, ongeacht de aard als lening, en dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden. Het ontbreken van expliciete vragen op formulieren doet hieraan niet af.
Appellante voerde medische redenen aan om terugvordering te voorkomen, waaronder stress en gezondheidsklachten. De Raad stelde dat deze omstandigheden niet leiden tot dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het college had een betalingsregeling getroffen die rekening hield met haar situatie.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van bijstand wegens niet gemelde kasstortingen wordt bevestigd.