ECLI:NL:CRVB:2017:4073
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging lagere vaststelling pgb wegens onvoldoende verantwoording AWBZ-zorg
Appellant ontving voor 2013 een persoonsgebonden budget (pgb) van €28.457,97 voor AWBZ-zorg. Het Zorgkantoor stelde het pgb later vast op €13.810,61, omdat onvoldoende was aangetoond dat de zorgverlener daadwerkelijk AWBZ-zorg had verleend en de administratie niet voldeed aan de verplichtingen uit de Regeling subsidies AWBZ (Rsa).
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en oordeelde dat de verantwoording van het pgb de eigen verantwoordelijkheid van appellant is. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel had betaald voor AWBZ-zorg en dat eventuele administratieve tekortkomingen aan de zorgverlener te wijten waren.
De Raad overwoog dat uit de stukken onvoldoende blijkt dat de zorgverlener AWBZ-zorg heeft verleend, mede omdat activiteiten en methodes onduidelijk zijn. Het Zorgkantoor had daarom terecht het pgb lager vastgesteld en onverschuldigde voorschotten teruggevorderd. De belangenafweging van het Zorgkantoor was redelijk en het beroep van appellant faalt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het pgb voor 2013 blijft lager vastgesteld met terugvordering van onverschuldigde voorschotten.