ECLI:NL:CRVB:2017:4325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand legeskosten verblijfsvergunning niet-tijdelijk humanitair
Appellant, een bijstandsgerechtigde, vroeg bijzondere bijstand aan voor de legeskosten van een verblijfsvergunning niet-tijdelijk humanitair, geldig voor vijf jaar, ter hoogte van € 985,-. Deze aanvraag werd door het dagelijks bestuur afgewezen omdat de kosten niet noodzakelijk zijn, mede omdat een goedkoper alternatief bestaat: een jaarlijkse verlenging op medische gronden van € 389,-.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog dat legeskosten in principe tot de algemeen noodzakelijke kosten behoren die uit de bijstandsnorm moeten worden voldaan, tenzij bijzondere omstandigheden dit anders maken.
Hoewel appellant stelde dat een verblijfsvergunning voor vijf jaar zijn rechtspositie aanzienlijk zou verbeteren en minder belastend is dan jaarlijkse verlenging, oordeelde de Raad dat dit niet voldoende maakt dat de legeskosten noodzakelijk zijn. De medische voorzieningen zijn ook met de tijdelijke vergunning toegankelijk en er is geen bewijs dat noodzakelijke medische zorg werd onthouden.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor legeskosten van een verblijfsvergunning niet-tijdelijk humanitair wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.