ECLI:NL:CRVB:2017:4337
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- J.L. Boxum
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvragen wegens niet wonen op uitkeringsadres en huisbezoek na eerdere intrekking
Appellante ontving vanaf juni 2013 bijstand, die in maart 2015 werd ingetrokken wegens het niet meewerken aan een huisbezoek. Na meerdere aanvragen in 2015, waarvan twee werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van woonadres en niet verschijnen op gesprekken, verleende het college uiteindelijk bijstand vanaf 23 augustus 2015 na een aangekondigd huisbezoek.
De Raad oordeelde dat het college terecht de aanvragen van 1 en 29 juli 2015 heeft afgewezen omdat appellante onvoldoende gegevens leverde en niet verscheen op het gesprek. Het huisbezoek op 10 augustus 2015 was gegrond vanwege twijfel over haar woonsituatie, mede door eerdere intrekking en pinbetalingen op andere locaties.
Appellante's bezwaar tegen de arbeidsverplichtingen werd eveneens afgewezen. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvragen en wijst het verzoek om schadevergoeding af.