Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding aan appellante van wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving vanaf 2002 een WAO-uitkering en werkte vanaf 2003 bij een werkgever die haar jaarlijks in december een winstuitkering gaf. Het UWV bracht deze inkomsten in mindering op haar WAO-uitkering en vorderde onverschuldigde uitkeringen terug over meerdere jaren. Tevens legde het UWV een boete op wegens het niet melden van deze inkomsten.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de winstuitkering terecht over het gehele kalenderjaar kon verrekenen en dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de winstuitkering alleen aan de maand van uitbetaling toegerekend mocht worden en dat de boete onterecht was.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank. De winstuitkering had geen opbouwkarakter en mocht volgens de uitvoeringspraktijk en eerdere rechtspraak over het gehele jaar worden toegerekend. De boete was terecht opgelegd omdat appellante haar meldingsplicht schond over de gehele periode. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot rentevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.