ECLI:NL:CRVB:2017:684
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstandsuitkering en terugvordering wegens niet-gemelde kasstortingen
Appellant ontving bijstand vanaf 2003 en werd in 2010 geconfronteerd met een intrekkingsbesluit wegens oncontroleerbare inkomsten, dat later werd teruggedraaid. In 2013 leidde een nieuw onderzoek tot de ontdekking van kasstortingen op zijn bankrekening tussen 2007 en 2009, die niet waren gemeld.
Het college herzag daarop de bijstand en vorderde terugbetaling van ten onrechte ontvangen bedragen. Appellant voerde aan dat het om giften ging en dat hij zijn inlichtingenplicht niet had geschonden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het college voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat appellant zijn inlichtingenplicht heeft geschonden. De contante stortingen worden als middelen en inkomen aangemerkt, ongeacht de bestemming ervan. De zogenoemde zesmaandenjurisprudentie is niet van toepassing omdat hier sprake is van een terugvorderingsverplichting.
De Raad bevestigt het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens niet-gemelde kasstortingen.