ECLI:NL:CRVB:2017:890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel ontvangen wachtgeld wegens inkomsten uit eigen onderneming
Appellant, een voormalig burgerambtenaar bij Defensie, ontving vanaf zijn ontslag in 2007 een wachtgelduitkering. De minister van Defensie stelde vast dat appellant te veel wachtgeld had ontvangen over de jaren 2007 en 2008 vanwege inkomsten uit zijn eigen onderneming in de handel van tweedehands auto’s. De minister vorderde dit bedrag terug, wat appellant betwistte.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de minister terecht uitging van de fiscale winst als basis voor de verrekening van inkomsten met het wachtgeld. De Raad stelde vast dat appellant al vóór zijn ontslag zijn onderneming uitoefende en dat de verhoogde inkomsten verband hielden met een verhoogde werkzaamheid, doordat appellant meer auto's verhandelde, wat meer tijd kostte.
Verder werd geoordeeld dat appellant zijn inlichtingenplicht niet is nagekomen, wat als toedoen geldt en een langere terugvorderingstermijn van vijf jaar rechtvaardigt. De terugvordering was tijdig ingesteld en niet verjaard. Ook de financiële situatie van appellant bood geen reden om af te zien van terugvordering. De Raad bevestigde het bestreden besluit en veroordeelde de minister in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van te veel ontvangen wachtgeld en wijst het hoger beroep van appellant af.