Uitspraak
CAK
OVERWEGINGEN
niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze te laat waren ingediend.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving in 2011, 2012 en 2013 voorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het CAK stelde de maximale periodebijdrage voor 2013 vast op €758,10 per vier weken en verklaarde de bezwaren tegen deze vaststelling en die van 2011 en 2012 niet-ontvankelijk wegens te late indiening.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond en bevestigde de ontvankelijkheidsoordelen en de dwingendrechtelijke basis van de bijdrage voor 2013. In hoger beroep herhaalden de appellanten de stellingen, maar konden geen nieuwe omstandigheden aanvoeren die aanleiding gaven tot afwijking van de dwingendrechtelijke bepalingen.
De Raad oordeelde dat de hectische omstandigheden van betrokkene onvoldoende waren om de niet-ontvankelijkheid van de bezwaren voor 2011 en 2012 te doorbreken. Ook was geen sprake van bijzondere omstandigheden die een afwijking van de wettelijk voorgeschreven bijdrage voor 2013 rechtvaardigen. Het beroep op schending van EVRM-artikelen werd niet onderbouwd en faalde.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.