ECLI:NL:CRVB:2017:940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- F. Hoogendijk
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-gemelde export motorvoertuigen
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB. Uit een onderzoek bleek dat zes motorvoertuigen op naam van appellant stonden geregistreerd en geëxporteerd waren zonder melding aan het college. Het college trok de bijstand over bepaalde maanden in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellanten de export en transacties van de voertuigen hadden moeten melden omdat deze relevant zijn voor de bijstandsverlening. Appellanten konden onvoldoende aantonen dat zij geen inkomsten hadden verkregen of recht hadden op aanvullende bijstand.
De Raad verwierp het betoog dat het college schattenderwijs het recht op bijstand had moeten vaststellen, omdat appellanten geen controleerbare gegevens hadden overgelegd en tegenstrijdige verklaringen hadden gegeven. De intrekking en terugvordering waren daarom terecht. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-gemelde export van motorvoertuigen.