ECLI:NL:CRVB:2018:1066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden als huishoudelijke hulp
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en bijzondere bijstand. Naar aanleiding van een anonieme tip startte de sociale recherche een onderzoek waaruit bleek dat appellante vanaf 2007 tot 2014 als huishoudelijke hulp werkte zonder dit te melden aan het college. Dit leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door haar psychische aandoeningen niet in staat was te werken en dat mogelijk sprake was van persoonsverwisseling met haar tweelingzus. De Raad oordeelde echter dat het strafrechtelijk onderzoek, getuigenverklaringen en camerabeelden voldoende bewijs boden dat appellante daadwerkelijk werkzaamheden verrichtte.
De Raad benadrukte dat het verrichten van op geld waardeerbare activiteiten, ongeacht intentie of daadwerkelijke inkomsten, gemeld moet worden volgens de inlichtingenverplichting uit de WWB. Verwijtbaarheid speelt hierbij geen rol. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.