ECLI:NL:CRVB:2018:1905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen werkzaamheden als meubelmaker
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet sinds januari 2014. Naar aanleiding van een melding dat appellant zelfgemaakte meubels aanbood via Facebook, startte de gemeente Tilburg een onderzoek. Dit leidde tot de constatering dat appellant sinds juli 2015 als meubelmaker werkte zonder dit te melden, wat een schending van de inlichtingenverplichting vormt.
Het college trok de bijstand over de periode 1 juli tot 8 november 2015 in en vorderde de kosten van algemene en bijzondere bijstand terug. Appellant voerde aan dat hij vanwege een verstandelijke beperking niet verwijtbaar de inlichtingenverplichting had geschonden en dat terugvordering onaanvaardbare financiële gevolgen zou hebben.
De Raad oordeelde dat de inlichtingenverplichting objectief is en verwijtbaarheid niet relevant is. Appellant had de werkzaamheden moeten melden en dat heeft hij nagelaten. Verder zijn de aangevoerde financiële consequenties geen dringende reden om van terugvordering af te zien. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens verzwegen werkzaamheden als meubelmaker.