ECLI:NL:CRVB:2018:1111
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Wajong-uitkering terecht geweigerd wegens ontbreken volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn
Appellante diende op 9 september 2014 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering, die door het UWV op 30 september 2014 werd ontvangen. Het UWV stelde op basis van onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat appellante niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was. De aanvraag werd daarom afgewezen.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij beoordeeld moest worden op het ruimere criterium dat gold voor aanvragen vóór 10 september 2014, en dat haar migraineaanvallen onvoldoende in de beoordeling waren meegenomen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde echter dat appellante ondanks haar beperkingen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de aanvraag tijdig is ontvangen op 30 september 2014 en dat het criterium van artikel 2:4, lid 1, Wajong 2010 van toepassing is. De Raad bevestigt dat appellante niet voldoet aan het vereiste van volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, mede gelet op het zorgvuldige onderzoek en de motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen Wajong-uitkering ontvangt omdat zij niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.