Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de op 11 maart 2016 gerectificeerde uitspraak;
- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover het beroep tegen het besluit van
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving sinds 2010 een WAO-uitkering. In januari 2014 werd een hennepkwekerij in zijn woning aangetroffen. Het Uwv concludeerde dat betrokkene tussen februari 2013 en januari 2014 inkomsten uit deze kwekerij had, wat leidde tot herziening van de uitkering en terugvordering van onverschuldigd ontvangen bedragen. Tevens werd een bestuurlijke boete opgelegd wegens het niet melden van werkzaamheden.
De rechtbank Limburg vernietigde de besluiten van het Uwv, oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond voor vier oogsten en dat de boete niet kon worden gehandhaafd. Het Uwv stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Uwv onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er vier oogsten waren, maar wel dat vanaf september 2013 sprake was van een actieve kwekerij met inkomsten.
De Raad stelde het terug te vorderen bedrag vast op €4.727,51 en handhaafde de boete van €2.025,72, rekening houdend met de draagkracht van betrokkene. Tevens vernietigde de Raad de rectificatie van de rechtbank en corrigeerde de proceskostenveroordeling. Het hoger beroep van het Uwv werd deels gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van betrokkene afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt deels de uitspraak van de rechtbank, stelt de terugvordering en boete vast en veroordeelt het Uwv in de proceskosten.