ECLI:NL:CRVB:2018:1542
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens buitenlands vermogen en afwijzing nieuwe aanvraag
Appellante ontving bijstand sinds 2005 en viel onder een risicoprofiel voor onderzoek naar vermogen in het buitenland, specifiek bijstandsgerechtigden met een geboorteplaats buiten Nederland en vakantiegedrag. Het college van Utrecht voerde een onderzoek uit naar haar bezit van onroerende zaken in Turkije, wat leidde tot intrekking van haar bijstand wegens overschrijding van de vermogensgrens.
Appellante stelde dat het onderzoek discriminerend was vanwege selectie op geboorteplaats buiten Nederland, met name gericht op personen van Turkse afkomst. De Raad oordeelde dat het onderscheid een 'verdacht' onderscheid is dat gerechtvaardigd moet worden door zeer zwaarwegende redenen. Het college had een representatieve steekproef getrokken en het onderscheid was proportioneel en gericht op rechtmatige toepassing van de bijstandswetgeving.
Daarnaast werd een nieuwe aanvraag afgewezen vanwege onduidelijkheden over de financiële situatie van appellante, met name over de verkoop van onroerende zaken aan haar zoon en het ontbreken van objectieve bewijs over betaling en levensonderhoud. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraken van de rechtbank en wees de beroepen af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de afwijzing van de nieuwe aanvraag worden bevestigd wegens rechtmatige toepassing van het discriminatieverbod en onduidelijke financiële situatie.