ECLI:NL:CRVB:2018:1687
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering op basis van woonplaatscontrole en bewijswaardering
Betrokkene 1 en betrokkene 2 ontvingen studiefinanciering met een éénoudertoeslag. De minister herzag deze toeslag op basis van een onderzoek naar de woonsituatie van betrokkene 2, waarbij een huisbezoek en aanvullend bewijs zoals Facebookgegevens, burenverklaringen en reisgegevens werden gebruikt.
De rechtbank had het huisbezoekrapport als onbruikbaar beoordeeld omdat de controleurs niet bevoegd waren, en oordeelde dat het aanvullende bewijs onvoldoende was om de herziening te rechtvaardigen. De minister stelde in hoger beroep dat het aanvullende bewijs wel degelijk aannemelijk maakte dat betrokkene 2 vanaf april 2015 samenwoonde met betrokkene 1.
De Raad stelde vast dat de getuigenverklaringen, Facebookgegevens en reisgegevens samen een overtuigend bewijs vormen dat betrokkene 2 niet meer op haar BRP-adres woonde, maar bij betrokkene 1. Betrokkene 2 slaagde er niet in overtuigend tegenbewijs te leveren. Hierdoor had betrokkene 1 gedurende de periode een partner in de zin van de wet, waardoor de éénoudertoeslag ten onrechte was toegekend.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van betrokkenen ongegrond en vernietigde de nadere besluiten van de minister. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en de herziening van de studiefinanciering bevestigd.