ECLI:NL:CRVB:2016:2118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering studiefinanciering wegens niet-thuiswoning
Appellant stond ingeschreven op een adres in de basisregistratie personen (brp) en ontving studiefinanciering als uitwonende student. De minister voerde een onderzoek uit waarbij controleurs meerdere malen vergeefs probeerden een huisbezoek af te leggen. Vervolgens werd een buurtonderzoek gedaan waarbij buren verklaarden dat alleen een gezin met drie kinderen op het adres woonde en geen andere personen.
Op basis van dit onderzoek herzag de minister de studiefinanciering en vorderde het te veel betaalde bedrag terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de verklaringen van de buren betrouwbaar waren en er geen aanwijzingen waren dat appellant daadwerkelijk op het adres woonde.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, dat controleurs geen contact hadden gezocht met de hoofdbewoners en dat hij niet vooraf was gehoord. De Raad oordeelde dat het rapport voldoende aannemelijk maakte dat appellant niet op het adres woonde, dat de verklaringen van buren betrouwbaar waren en dat er geen verplichting bestond tot voorafgaand horen of huisbezoek op een ander adres.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van studiefinanciering bevestigd.