Uitspraak
16.1372 WWAJ
OVERWEGINGEN
.De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft bij rapport van
Centrale Raad van Beroep
Appellante, geboren in 1975, heeft na diverse opleidingen en werkervaring een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering. Het UWV wees deze af op grond van een arbeidskundig onderzoek dat stelde dat zij minimaal 75% van het wettelijk minimumloon kan verdienen. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar beperkingen groter zijn dan aangenomen en dat haar maatmaninkomen hoger moet worden vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de beoordeling volgens de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) moet plaatsvinden, waarbij het UWV voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing had gegeven. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen en het maatmaninkomen onjuist waren vastgesteld, maar kon dit niet met objectieve medische gegevens onderbouwen.
De Raad volgde de rechtbank en het UWV in hun oordeel dat de beperkingen en het maatmaninkomen adequaat waren vastgesteld, mede gelet op het feit dat appellante ondanks haar problematiek diverse opleidingen heeft afgerond en langdurig heeft gewerkt. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.