ECLI:NL:CRVB:2018:1948
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging overgang van onderneming en afwijzing verzoek overname betalingsverplichtingen
Appellante was administratrice bij BV 1, dat op 21 juli 2015 failliet werd verklaard. BV 1 werd op 1 juni 2015 overgenomen door BV 2, waarbij vrijwel de gehele onderneming, inclusief personeel en klantenbestand, werd overgedragen. Appellante verzocht het UWV om overname van betalingsverplichtingen wegens betalingsonmacht van BV 1, maar dit werd afgewezen omdat BV 2 verantwoordelijk was voor de betaling van haar loon.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van overgang van onderneming conform artikel 7:662 BW Pro, waardoor de arbeidsovereenkomst van appellante op BV 2 overging. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet is meegegaan naar BV 2 en dat zij niet gedwongen kan worden over te gaan, maar de Raad overwoog dat zij zich niet heeft verzet tegen het voortbestaan van haar arbeidsovereenkomst en dat haar arbeidsovereenkomst op de datum van overgang van rechtswege eindigde bij BV 1.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de arbeidsovereenkomst van appellante op 1 juni 2015 van rechtswege is overgegaan op BV 2. Omdat BV 2 het loon moet betalen, is er geen grond voor overname van betalingsverplichtingen door het UWV. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot overname van betalingsverplichtingen wordt afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst van appellante is overgegaan op de verkrijgende onderneming.