ECLI:NL:CRVB:2018:1994
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet wonen binnen bijstandsverlenende gemeente
Appellant ontving bijstand van de gemeente Almere maar werd onderzocht vanwege vermoedens dat hij niet daadwerkelijk in Almere woonde. Uit het onderzoek, waaronder bankafschriften en een huisbezoek, bleek dat appellant vrijwel al zijn pintransacties in Amsterdam deed en daar zijn maatschappelijk leven voerde.
Het college van Almere trok de bijstand in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het centrum van het maatschappelijk leven van appellant niet in Almere lag, ondanks zijn inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie.
Appellant voerde aan dat hij weliswaar vaak in Amsterdam verbleef, maar altijd terugkeerde naar Almere als uitkeringsadres. Dit werd niet ondersteund door de feiten en verklaringen. De Raad concludeerde dat het recht op bijstand volgens artikel 40 PW Pro alleen bestaat in de gemeente waar men daadwerkelijk woont en het centrum van het maatschappelijk leven zich bevindt.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de intrekking van de bijstand en de terugvordering van de kosten. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering door het college van Almere worden bevestigd omdat appellant niet in Almere woonde.