ECLI:NL:CRVB:2018:2159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm bij bijstandsuitkering en beroep op individualiseringsbeginsel
Appellante ontving bijstand en woonde samen met haar moeder, die een AOW-uitkering ontvangt, op hetzelfde adres. Het college paste de kostendelersnorm toe, waardoor appellante slechts 50% van de norm voor gehuwden ontving. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de woning niet als één woning kan worden aangemerkt en dat de kostendelersnorm niet op haar van toepassing is. De Raad oordeelde dat de woning niet zelfstandig is en dat het college terecht de kostendelersnorm toepaste. Tevens voerde appellante aan dat haar schrijnende financiële situatie een beroep op het individualiseringsbeginsel rechtvaardigt.
De Raad overwoog dat artikel 22a van de Participatiewet dwingendrechtelijk is en dat afwijking slechts in zeer bijzondere situaties mogelijk is. Aangezien de wetgever bewust de kostendelersnorm ook toepast bij zorg voor inwonende familieleden en appellante niet aannemelijk maakte dat zij in een dergelijke situatie verkeerde, werd het beroep afgewezen. Het verzoek tot schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm en wijst het beroep en verzoek tot schadevergoeding af.