Uitspraak
17.1050 AWBZ
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep ongegrond;
- bepaalt dat het Zorgkantoor aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 170,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving in 2013 een persoonsgebonden budget (pgb) van €5.447,- voor AWBZ-zorg. Na afkeuring van de verantwoording over de eerste helft van 2013 stelde het Zorgkantoor het pgb voor het hele jaar 2013 vast op nihil en vorderde het bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond vanwege niet-naleving van administratieve verplichtingen door appellant. In hoger beroep betoogde appellant dat de zorg kwalitatief in orde was en dat fouten van het Zorgkantoor niet werden meegewogen.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de verleende en betaalde zorg als AWBZ-zorg kan worden gekwalificeerd. De zorgdocumentatie en betalingen boden onvoldoende inzicht. Het Zorgkantoor was bevoegd het pgb lager vast te stellen en het betaalde bedrag terug te vorderen. Er waren geen bijzondere omstandigheden om van terugvordering af te zien.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het Zorgkantoor het betaalde griffierecht aan appellant vergoedde.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot terugvordering van het pgb is ongegrond verklaard en het pgb is terecht op nihil vastgesteld.