Uitspraak
16.7025 PW, 17/3220 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
zover de hoogte van de boete is vastgesteld op € 660,-;
plaats treedt van het besluit van 20 juli 2016;
€ 2.004,-;
griffierecht van € 340,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en had bij de aanvraag een betaalrekening opgegeven, maar een Top-rekening verzwegen. Het dagelijks bestuur ontdekte dit en trok de bijstand over een periode in vanwege vermogen boven de vrij te laten grens. Tevens werd een boete opgelegd wegens het niet melden van de Top-rekening.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat het vermogen anders vastgesteld had moeten worden en dat de boete te hoog was. De Raad oordeelde dat het actuele vermogen op het moment van aanvraag bepalend is en dat alle vermogensbestanddelen moeten worden betrokken, ongeacht de herkomst.
De Raad bevestigde de intrekking van de bijstand, maar vernietigde het boetebesluit voor zover de boete was afgerond op €660,-. De boete werd vastgesteld op het lagere bedrag van €650,25. Tevens werd het dagelijks bestuur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Intrekking bijstand bevestigd, boete verlaagd van €660 naar €650,25 en kostenveroordeling tegen het dagelijks bestuur.