Uitspraak
19 februari 2016, 15/5481 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het besluit van 16 juni 2015 in stand blijven;
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak gaat het om de vraag of de echtgenoot van appellante in staat is om naast zijn zorgtaken ook de huishoudelijke verzorging van de leefeenheid over te nemen, verdeeld over de week en in eigen tempo. De Raad verwijst naar een medisch advies waarin is vastgesteld dat de echtgenoot deze taken kan verrichten zonder dat er sprake is van (dreigende) overbelasting. Appellante stelde dat de medische situatie ernstig is en dat de echtgenoot overbelast raakt, maar kon dit niet met contra-expertise onderbouwen.
De Raad concludeert dat het college het gebrek in het oorspronkelijke besluit adequaat heeft hersteld door aanvullend onderzoek en een deugdelijke motivering. Het college heeft terecht geoordeeld dat de echtgenoot de huishoudelijke taken kan verrichten, ondanks dat hij is afgekeurd voor schoonmaakwerk in dienstverband. De Raad vernietigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
Tot slot veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 5 september 2018.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.