ECLI:NL:CRVB:2018:3013
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herbeoordeling WIA-uitkering en afwijzing verzoek deskundigenonderzoek
Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur, meldde zich ziek wegens rugklachten en ontving een WIA-uitkering die later werd omgezet in een WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheid van 65-80%. Na een herkeuring werd de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 55-65%. Appellant maakte bezwaar tegen deze herbeoordeling en stelde dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was, mede vanwege psychische klachten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen objectieve medische gegevens waren die de psychische klachten onderbouwden. In hoger beroep voerde appellant aan dat aanvullend psychiatrisch onderzoek noodzakelijk was, verwijzend naar het arrest Korošec van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de rapporten voldoende en inzichtelijk had gemotiveerd en dat er geen aanwijzingen waren voor aanvullende beperkingen. Het verzoek tot inschakeling van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen omdat de klachten niet voldoende somatisch waren onderbouwd. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en wees het verzoek om vergoeding van wettelijke rente en proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herbeoordeling van de WIA-uitkering en wijst het verzoek tot aanvullend psychiatrisch deskundigenonderzoek af.