ECLI:NL:CRVB:2018:3135
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ziekte na onvoldoende re-integratie-inspanningen
Appellante was werkzaam bij de gemeente Goes en meldde zich op 24 juni 2013 ziek. Uit een arbeidsdeskundig onderzoek bleek dat zij ongeschikt was voor haar eigen werk, maar wel geschikt voor passend ander werk. Het college verleende haar ontslag wegens ziekte op grond van artikel 8:5 CAR Pro/UWO nadat het UWV een WIA-uitkering had geweigerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het college voldoende re-integratie-inspanningen had verricht, ook in het derde ziektejaar, en dat appellante onvoldoende had meegewerkt. In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, onder meer dat zij geen eerlijke kans had gekregen op passende functies en dat het college onjuist was uitgegaan van haar opleidingsniveau.
De Raad oordeelde dat het college terecht had gehandeld. Het dossier toonde aan dat appellante herhaaldelijk vacatures in het tweede spoor had geweigerd zonder voldoende objectieve rechtvaardiging. Het opleidingsniveau was terecht vastgesteld op mbo-3. De Raad bevestigde het ontslagbesluit en verwierp het hoger beroep van appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag wegens ziekte wordt bevestigd.