Uitspraak
16.4049 WMO15
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bepaalt dat het college de huishoudelijke hulp 1 voor drie uur per week zoals deze tot
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving sinds 2012 een maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp van drie uur per week. Met de inwerkingtreding van de Wmo 2015 per 1 januari 2015 stelde het college de voorziening om tot een algemene voorziening, waarna betrokkene zelf de hulp moest regelen en betalen. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze beëindiging en stelde dat zij vanwege haar beperkingen aangewezen bleef op een maatwerkvoorziening.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van het college, omdat het college geen passende algemene voorziening had ingericht en betrokkene de kosten volledig zelf moest dragen. Het college stelde dat de huishoudelijke hulp via een algemene voorziening werd geleverd, maar de Raad concludeerde dat dit niet het geval was, mede omdat er geen contractuele relatie tussen het college en de zorgaanbieder bestond en betrokkene zelf de zorgaanbieder moest contracteren.
De Raad bevestigde dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het bieden van maatwerkvoorzieningen indien algemene voorzieningen niet toereikend zijn. Gezien het ontbreken van een passende algemene voorziening en het feit dat betrokkene niet in staat was haar beperkingen zelf te compenseren, moet de maatwerkvoorziening worden gecontinueerd tot 26 juli 2017. Het verzoek om schadevergoeding wordt heropend voor nadere behandeling.
Uitkomst: De maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp van drie uur per week wordt gecontinueerd tot 26 juli 2017.