ECLI:NL:CRVB:2016:882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor parodontale behandeling wegens voorliggende voorziening en ontbreken acute noodsituatie
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een parodontale behandeling. Het college wees dit af omdat de kosten onder een voorliggende voorziening vallen en appellant geen acute noodsituatie aannemelijk maakte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat door zijn hersenletsel en het gebruik van zijn gebit als functionele vervanging van zijn rechterhand uitstel van de behandeling tot vroegtijdig gebitsverlies en bijkomende klachten zou leiden.
De Raad oordeelde dat de Zorgverzekeringswet als voorliggende voorziening geldt voor tandheelkundige kosten tot €450 per jaar en dat de overige kosten niet als noodzakelijk worden aangemerkt. Tevens stelde de Raad dat de situatie van appellant geen acute noodsituatie vormt zoals vereist voor het toepassen van artikel 16 WWB Pro. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor de parodontale behandeling wordt afgewezen wegens het bestaan van een voorliggende voorziening en het ontbreken van een acute noodsituatie.