Uitspraak
17.385 ZW
OVERWEGINGEN
.Op 18 februari 2014 is zijn dienstverband geëindigd. Het Uwv heeft appellant daarop in aanmerking gebracht voor ziekengeld op grond van de Ziektewet (ZW).
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig beveiliger, meldde zich ziek na een bedrijfsongeval en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering na een eerstejaars beoordeling, omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen met aangepaste functies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en beperkingen niet waren onderschat.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was, met name dat informatie van de huisarts niet was meegenomen. De Raad stelde vast dat de huisarts wel degelijk informatie had verstrekt en dat de verzekeringsartsen deze gegevens, inclusief psychische klachten, hadden meegewogen. De Raad concludeerde dat de beperkingen medisch juist waren vastgesteld en dat de functies passend waren.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en oordeelde dat de ZW-uitkering terecht was beëindigd. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 november 2018.
Uitkomst: De ZW-uitkering van appellant is terecht beëindigd na zorgvuldig onderzoek.